Op maandag zijn we gestart met een waarneming van de tractor en de verschillende stallen van de dieren. Bij een volgende oefening waren zelf een boerderijdier en moesten we in, op, naast, voor, achter en tussen de stallen gaan staan. Diezelfde oefening voerden we nog eens uit maar nu met een knuffeldier en een kleine stal.

We luisterden ook naar het verhaal van Tim die op zoek ging vanwaar de melk nu eigenlijk komt. Ons vorige verhaal hebben we deze week nagespeeld. We deden algemene audities met iedereen om de dieren na te bootsen. Er werden daaruit 9 kleuters gekozen die de rol kregen. De juf vertelde het verhaal van ‘tik, tik, tik, hier ben ik’ en die kleuters beeldden alles uit. Meester Jos maakte er een filmpje van.

We speelden ook een spel met een grote dobbelsteen met prenten van de dieren in. Het dier dat vanboven lag als er een kleuter mee rolde, deden we na met beweging en geluid.

Na een andere waarneming weten we nu ook wat er met de wol van het schaap gebeurt. Het verhaal van: ‘wat het lieveheersbeestje hoorde’ vonden we heel mooi.

Op donderdag begonnen we met het schilderen van een dierenmasker. We hebben de vorm eerst beschilderd. De volgende keer knippen we er oortjes voor en volgende week gaan we de masker verder versieren. Het mag een eigen creatie worden, ons eigen diertje.

We namen sporen van de dieren waar en zagen dat ieder dier of de mens verschillende sporen maakt. Materiaal kan ook sporen maken en dat hebben we uitgetest met verf en een tractor, vork, rolletje, speelgoeddieren, …. . Er was een bijkomende opdracht: ik moet het spoor kunnen volgen.