Deze week kozen we geen thema. We werkten heel veel rond de wiskunde begrippen: eerste – laatste en het vergelijken van aantallen. In de zaal maakten we op verschillende manieren rijtjes: met kindjes, met auto’s, met blokken. Telkens zochten we de eerste en laatste in de rij. Om af te sluiten, maakten we een lange rups met de handen op de schouders van het kindje voor ons. We stapten rond op het liedje: hier komt de rups pardie, pardaf. Op het einde van het liedje valt de eerste af en wordt hij de laatste.

Op donderdag kregen de muren van de zaal een blad met 1 bol, 2 bollen of 3 bollen. De kinderen stonden in de midden en kregen een kaartje met 1, 2 of 3 speelgoedjes op. Juf telt 3 – 2 – 1 – start en dan lopen we naar de muur waar het blad met het juiste aantal bollen opstaat. We konden het zeer goed en kregen een kleine verrassing van de juf. Een ander spel speelden we in de kring. Juf tekende 1, 2 of 3 bollen op onze hand. We staan allemaal recht. Als juf de kaart toont met 1, 2 of 3 voorwerpen op, mochten we gaan zitten als hetzelfde aantal bollen op onze hand stond. Het lukte ons opnieuw om alles juist te doen.

Nog op donderdag gingen we turnen in plaats van zwemmen in het sportpark in Kuurne. We deden verschillende oefeningen op de dikke maat en een mikspel met ballen. Superleuk om eens in die grote zaal te turnen.